|
Werken is misdaad.
Er zijn in het spraakgebruik uitdrukkingen en woorden,
die we moeten
afschaffen,
omdat ze de benaming zijn van begrippen, die de noodlottige en
verdoemende inhoud vormen van het kapitalisaties stelsel.
In de eerste plaats is dat het woord "werken" en alle begrippen
die daarmee verband houden - werkman of werker - werktijd --
werkloon -- werkstaking -- werkloze -- werkeloze.
Werken is de grootste belediging en vernedering ,
die de mensheid zichzelf heeft aangedaan.
Dit maarschappelik stelsel, het kapitalisme, is gebaseerd op het
Werken; het heeft gevormd een klasse mensen, die moeten werken
-- en een klassen mensen die niet werken. De werkers zijn gedwongen
te werken, anders moeten zij verhongeren.
"Want", leraren die bezitters: "Wie niet werkt, zal niet eten", en zij
beweren dat hun besijferen en opstrijken van de winst óók werken is.
Er zijn werklozen werkelozen. In van Dale’s Zak-woordenboekje
vind ik staan, dat "werkeloos"is: "niet werkende"; en "werkloos" is:
"zonder werk buiten eigen toedoen". Werkeloos zijn de uitbuiters,
die leven van het werk dat de werkers voor hundoen.
Werkloos zijn werkmensen, die niet mogen werken, omdat er niet
aan verdiend kan worden.
De bezitters van het werktuig hebben een tijd vastgesteld,
waarin de werkers moeten werken, en ze hebben werkplaatsen ingericht,
en ze bevelen wat en hoe de werkers werken moeten.
De werkers krijgen zoveel werkloon, dat ze niet dood gaan
van de honger, en dat ze ter nauwernood hun kinderen de eerste
jaren kunnen onderhouden. Dan hebben die kinderen op school net
genoeg geleerd om ook te kunnen werken. De bezitters laten hun
kinderen zoveel leren, dat ze ook weten hoe zij de werkers komanderen
moeten.
Werken is de groote verdoemenis. Het werken maakt geestloos en zielloos.
om voor je te laten werken moet je karakterloos zijn, en om te
werken moet je óók karakterloos zijn; je moet kruipen en knoeien,
verraden, bedriegen en vervalsen.
Voor de rijke werkelozen is het werken (der werkers) het middel om
zich een makkelik leven te bezorgen. Voor de werkers zelf is het
een ellendige last. Als een noodlot opgelegd bij de geboorte, die
De werker verhindert redelik te leven.
Wanneer wij niet weer werken, zal het leven pas Beginnen.
Werken is levensvijandig. De goeie werker is een
werkdier met werkklauwen en een stompe levensloze uitdrukking op
’t gezicht.
Wanneer de mens levensbewust wordt, zal hij nooit meer werken.
Ik beweer niet, dat iemand nu maar morgen bij zijn baas moet
weglopen en moet zien, dat hij zonder werken aan de kost komt en dan
overtuigt kan zijn dat ie aan het leven toe is. Staat men
noodgedwongen op de keien, dan is dit al erg genoeg, het nu niet
werken loopt meestal uit op parasiteren op de kameraden, die wel
werken. Kan je door -- wat voor fatsoenlike mensen noemen -- roven
en stelen aan de kost komen, zonder je door een baas te laten
uitbuiten, goed -- doet het; maar gelooft dan niet, dat daarmee het
grote probleem is opgelost. Het werken is een sosiaal kwaad.
Deze maatschappij is levensvijandig en allen door de vernietiging
van deze en volgende werkdiergemeenschappen, -- d.w.z. door
revolutie na revolutie, - zal het werken verdwijnen.
Dan eerst komt het leven -- het volle, rijke leven dan zal ieder
door z’n zuivere levensdrift tot scheppen gebracht worden.
Dan zal ieder mens uit innerlijke aandrang schepper zijn en alleen
het schone en het goede, dat is het noodzakelike, zal hij voortbrengen.
Dan zal er geen werkman of werken meer zijn, Dan is ieder mens;
en uit menselike levensbehoefte -- uit innerlike noodzaak,
zal hij onuitputtelik scheppen, dat, wat onder redelike verhoudingen
voldoet aan de levensbehoeften. Dan is er geen werk-tijd en
werk-plaats en werkloze en werkeloze. Dan is er slechts Leven --
groot zuiver kosmies leven, en de scheppingsdrift is ’s mensen
grootste levensvreugde, niet gedwongen en gebonden door honger, loon,
tijd en plaats en niet uitgebuit door parasieten.
Scheppen is intense levensvreugd, werken is intens levensleed.
Onder deze misdadige maarschappelike verhoudingen is scheppen niet
mogelik. Alle werk is misdadig.
Het werken is meehelpen aan winst maken en uitbuiten; meehelpen
aan vervalsing, bedrog, vergiftiging; meehelpen aan
oorlogsvoorbereiding; meehelpen aan de vermoording der gehele
mensheid.
Werken is levensvernietigend.
Wanneer wij dit goed begrepen hebben, zal ons leven een geheel
andere betekenis krijgen.
Als wijin ons de leven scheppingsdrift aanvoelen, zal dat zich
uiten in vernietiging van dit stelsel van misdadigheid en
karakterloosheid.
En wanneer wij noodgedwongen moeten werken om niet te
verhongeren, dan moeten wij zorgen door dat werken mee te helpen aan
de ondergang van het kapitalisme.
Als wij niet werken aan de ondergang van het kapitalisme, dan werken
wij aan de ondergang der mensheid!
DAAROM zullen wij BEWUST iedere kapitaliatiese onderneming
saboteren, iedere baas zal een strop aan ons hebben.
Waar wij, opstandige jongeren, werken moeten, moeten
grondstoffen, masjines en produkten onbruikbaar gemaakt worden.
Telkens weer zullen de tanden uit de raderen springen,
Uit messen en beitels de stukken slaan, het noodigste gereedschap
onvindbaar zijn - resepten en middelen zullen wij elkaar zeggen.
Wij zullen niet door het kapitalisme ten ondergaan, daarom moet het
kapitalisme door ons ten ondergaan.
Wij willen als vrije mensen scheppen, niet als slaven werken;
daarom zullen wij het siesteem van de slavernij vernietigen.
Het kapitalisme bestaat door het werken der werkers, daarom willen
wij geen werkers zijn en zullen wij het werken saboteren.
------
Oorspronkelijk in 1924 verschenen opruiend pamflet, geschreven door
een lid van de radikale anarchistische groepen rond het blad De Moker.
Nog steeds verbijsterend actueel!
|